Beroepsprofiel

Inhoud
VOORWOORD 3
INLEIDING 4
HOOFDSTUK I 5
DEFINITIE VAN HET BEROEP GESTALTTHERAPEUT 5
MENSVISIE 5
DOELGROEP 6
THERAPIEVORM 7
DOORVERWIJZING 8
FUNCTIE EISEN 8
PLAATSBEPALING 9
HOOFDSTUK 2 10
BEKWAAMHEID VAN DE GESTALTTHERAPEUT 10
a) BEKWAAMHEID OP HET GEBIED VAN VOORLICHTING EN WERVING. 10
b) BEKWAAMHEID OP HET GEBIED VAN DE THERAPEUTISCHE TAKEN 11
c) BEKWAAMHEID OP HET GEBIED VAN AANVULLENDE TAKEN 13
HOOFDSTUK 3 15
HISTORIE VAN GESTALTTHERAPIE 15
GESTALTTHERAPIE EN SAMENLEVING 16
DE BEROEPSVERENIGING 16
BIJLAGE I 18
STRUKTUUR VAN DE BEROEPSVERENIGING NBGT 18
COMMISSIES EN WERKGROEPEN: 18
BIJLAGE II 18
VERKLARENDE WOORDENLIJST 18
BIJLAGE III 20
GEBRUIKTE BEROEPSPROFIELEN 20
BIJLAGE IV 21
GEBRUIKTE LITERATUUR 21



VOORWOORD
Voor u ligt de tweede herziene versie van het ‘Beroepsprofiel Gestalttherapeut’.
Het is oorspronkelijk een product van de projectgroep Beroepsprofiel, onderdeel van de
commissie Externe Betrekkingen van de N.B.G.T. (Nederlandse Beroepsvereniging van
Gestalttherapeuten) uitgebracht voor het eerst in juni 2000. Dit is de 2e versie die definitief
wordt uitgebracht na goedkeuring door de A.L.V in maart 2010.
Het Beroepsprofiel beschrijft de competenties die een gestalttherapeut moet bezitten om op een
verantwoorde wijze het beroep te kunnen uitoefenen. Het schept duidelijkheid in taken en
verantwoordelijkheden en is een middel helder te maken wat de gestalttherapeut doet en waar
hij voor staat.
Het Beroepsprofiel schetst de basisvoorwaarden en is van toepassing op alle gestalttherapeuten
die een opleiding hebben gevolgd die voldoet aan de statuten en uitgangspunten van de NBGT.
Tevens moeten zij als lid aangesloten zijn bij de N.B.G.T. Hierbij maakt het niet uit in welke
vorm, op welke werkplek en met welke specifieke doelgroepen zij professioneel het beroep
‘Gestalttherapeut’ uitoefenen.
Het beroepsprofiel is een basisprofiel, omdat het geen onderscheid maakt in de
deskundigheidsniveaus, bv. door persoonlijkheidskenmerken, bij- en nascholing en
ervaringsjaren van de gestalttherapeuten.
Het beroepsprofiel is niet ‘af.’ Evenals het beroep en de beroepsopleiding wetenschappelijk en
inhoudelijk voortdurend ontwikkelen, zo zal ook het Beroepsprofiel Gestalttherapeut tenminste
eenmaal per vijf jaar bijgesteld moeten worden om mee te gaan met deze ontwikkelingen.

INLEIDING
Vanuit de N.B.G.T. is in 1995 een werkgroep gevormd die zich bezig ging houden met het
project Beroepsprofiel Gestalttherapeut.
De aanleiding was dat de BIG-wet allerlei sectoren van alternatieve geneeswijzen in kaart aan
het brengen was en er een antwoord zou moeten komen op vragen van de overheid “Wat is een
Gestalttherapeut en wat doet hij”.
Het concept beroepsprofiel kwam in 1998 gereed en is samen met een zeer uitgebreide enquête
onder alle leden van de N.B.G.T. uitgereikt. Alle antwoorden en op- en aanmerkingen zijn in
de eerste herziene versie verwerkt.
In de loop van het proces werd ook het doel om een beroepsprofiel te maken steeds helderder.
De N.B.G.T. wilde een beroepsprofiel als instrument:
1. voor garantie van een bepaald niveau van kwaliteit van de gestalttherapeut (naar buiten);
2. voor de eigen professionele ontwikkeling en verbetering van het functioneren in het beroep
(naar binnen);
3. voor de bijdrage aan de professionalisering van de beroepsgroep als geheel.
Het beroepsprofiel maakt onder andere duidelijk op welke kwaliteiten de gestalttherapeut kan
worden aangesproken. Samen met de gedragscode en de klachtencommissie van de N.B.G.T. is
het beroepsprofiel ook een waarborg voor de cliënt om deskundig en zorgvuldig behandeld te
worden door een gestalttherapeut van de N.B.G.T.
Dank aan een ieder die meegewerkt heeft aan het ontstaan van dit beroepsprofiel.
Namens de werkgroep van het Project Beroepsprofiel onderdeel van de Commissie Externe
Betrekkingen N.B.G.T.
Eerste druk: juni 2000
Tweede herziene druk: maart 2010
Geactualiseerd december 2012

HOOFDSTUK I
DEFINITIE VAN HET BEROEP GESTALTTHERAPEUT
De gestalttherapeut is een beroepsbeoefenaar die zijn beroep op professionele wijze uitoefent
in een cliënt-therapeut relatie.
De therapeut kan werken in een individuele setting, met partners, groepen of gezinnen.
Hij kan zijn beroep uitoefenen in een zelfstandige praktijk, verbonden zijn met of werkzaam
zijn in een instelling, organisatie of opleidingscentrum.
Het beroepsmatig geven van gestalttherapie is het streven naar:
- het ontwikkelen van het gewaarzijn (awareness) van de cliënt, dit is het menselijke vermogen
om gerichte aandacht te geven en te onderhouden met het besef daarvan door oefening in de
actuele situatie;
- het opsporen en bewustzijn krijgen op neurotische onderbrekingen in het proces van
wisselwerking in het organisme / omgevingsveld van de cliënt en bevrijding van onbewuste en
inadequate gewoonten (neurotische mechanismen). De cliënt heeft daarvoor een goed
ontwikkeld awareness nodig;
- het ontwikkelen van de verantwoordelijkheidsrelatie van de cliënt met diens omgeving, zodat
deze leert verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen doen en laten, hier en in het
herinnerde verleden, en afleert de verantwoordelijkheid daarvoor in de omgeving te plaatsen;
- een zodanige groei van de persoonlijkheid van de cliënt, dat deze optimaal zelfondersteuning,
zelfrespect en zelfexpressie verwerft.
MENSVISIE
De gestalttherapeut onderscheidt zich in het veld van de (geestelijke) gezondheidszorg door zijn
mensvisie en door zijn manier van werken.
Het uitgangspunt hierbij is dat de mens gezien wordt als een organisme, dat zowel een geheel is
en tevens een deel van zijn omgeving. Geheel en deel worden door de contactgrens in
organisme / omgevingsveld gescheiden. In dit grensgebied vindt de uitwisseling plaats en
worden nieuwe gehelen (gestalten) gevormd. Doel van het vormen van gestalten is de groei van
het organisme.
De mens als organisme is:
- een geheel: lichaam, emoties, gedachten, sensaties en waarnemingen. Al deze functies vormen
een innerlijke samenhang;
- een deel van zijn omgeving: hij kan niet los van zijn omgeving gezien worden.
De mens bepaalt zijn eigen antwoord naar de wereld en is in staat zich bewust te zijn van zijn
lichaam, emoties, gedachten, sensaties en waarnemingen.
Hierdoor is hij in staat keuzen te maken en verantwoordelijkheid te dragen voor zijn gedrag.
De mens ontwikkelt de mogelijkheden en vaardigheden effectief te leven en zijn behoeften te
bevredigen.
De mens kan zichzelf alleen in het heden ervaren, het verleden door de herinnering nú, en de
toekomst door het vooruitlopen op het plan of de verwachting in het nu.
Deze mensvisie van de gestalttherapeut impliceert met betrekking tot zijn werkwijze dat hij
zich richt op het contactproces organisme / omgevingsveld in de actuele situatie.
De drie kenmerken van het contactproces zijn:
Existentieel: Bestaan in deze tijd. Het contactproces komt voort uit de vitale behoeften
van het organisme. Een chronisch tekort bedreigt het leven van het organisme,
het wordt minder of niet levensvatbaar.
Experiëntieel: Het contact met de omgeving, het uitwisselingsproces kan door de mens
ervaren worden. Deze ervaringskennis stelt hem in staat deze uitwisseling
met zijn omgeving in zijn voordeel te besturen. Alle ervaring is emotioneel
geladen.
Experimenteel: Iedere oplossing die de voltooiing van een uitwisselingsproces meebrengt
wordt al uitproberend gevonden en is altijd uniek (ook al wordt er gebruik
gemaakt van reeds opgedane ervaringskennis: contactsituaties lijken op
elkaar maar zijn nooit identiek).
De gestalttherapeut begeleidt mensen die met storingen in hun uitwisselingsproces te kampen
hebben. Door hun te begeleiden in het bewust worden waar en hoe hun uitwisseling stagneert
kunnen deze storingen opgeheven worden. Hierbij wordt de cliënt gestimuleerd te
experimenteren met nieuw gedrag.
De gestalttherapeut ziet in zijn cliënt een gezond mens. De symptomen / klachten waar de cliënt
mee komt (voorgrond) ziet hij als werkpunt en het begin van persoonlijke groei.
De groei van de persoonlijkheid wordt door de gestalttherapeut gezien als een doorgaand proces
op de levensweg zowel voor de cliënt als voor zichzelf.

DOELGROEP
Gestalttherapie is bij uitstek een ervaringstherapie die gericht is op zelfwerkzaamheid. Deze
zelfwerkzaamheid kan geleerd worden. De cliënt leert van zijn eigen werk, leert zichzelf
onderzoeken.
De cliënt leert aan de hand van zijn eigen ervaringen hoe hij als psychologisch organisme
functioneert. Hij leert te experimenteren met nieuwe manieren van leven die hij zelf naar eigen
behoefte ontwerpt. De gestalttherapeut draagt deze zelfwerkzaamheid over aan de cliënt.
Dit betekent dat de gestalttherapeut de cliënt, die zich na doorverwijzing of uit eigen initiatief
aanmeldt, beoordeelt of bij de cliënt de basisvoorwaarden aanwezig zijn om de
zelfwerkzaamheid van gestalttherapie over te dragen.
De basisvoorwaarden zijn:
• de cliënt is in staat tot enige mate van zelfreflectie;
• de cliënt heeft de wil en de moed om een veranderingsproces aan te gaan;
• de cliënt is in staat om verantwoordelijkheid te (leren) nemen voor zijn gedrag;
• de cliënt heeft voldoende vertrouwen in de gestalttherapeut en in zijn manier van werken.
De gestalttherapeut onderzoekt hoe hij zich tot zijn cliënt verhoudt, waarbij hij onderzoekt of
hij zijn beroep op een zorgvuldige en respectvolle wijze kan uitoefenen.
De gestalttherapeut zal, als aan alle voorwaarden is voldaan, de cliënt aannemen ongeacht
cultuur, ras, sekse, economische status, levensfase of leeftijd.
Cliënten die zich aanmelden voor gestalttherapie variëren van personen die moeite hebben zich
staande te houden in het dagelijkse leven tot personen die er heel bewust op uit zijn meer
‘awareness’ te verwerven, waardoor ze creatiever en vrijer kunnen leven en werken.
Gestalttherapie is een therapie voor personen die liever van zichzelf leren door zichzelf te
ervaren, dan voor personen die zich willen laten vertellen wie en wat ze zijn en hoe ze moeten
leven.
Het doel van gestalttherapie is dat de cliënt leert in contact te komen met zichzelf, zijn kern en
tevens in contact is met de wereld waarin hij leeft. Uiteindelijk zal de cliënt dit zelf kunnen
zonder begeleiding van de therapeut.


THERAPIEVORM
De gestalttherapeut kan zijn beroep zelfstandig uitoefenen, waarbij hij zijn diensten direct aan
de cliënt aanbiedt.
De gestalttherapeut kan dit doen vanuit een zelfstandige praktijk voor gestalttherapie en / of als
gestalttherapeut werkzaam zijn in een instelling of organisatie voor geestelijke
gezondheidszorg.
De gestalttherapeut neemt, afhankelijk van zijn specifieke deskundigheid en afhankelijk van de
situatie van de cliënt, bij aanvang van de therapie of na verloop van tijd een beslissing over de
setting waarin hij met de cliënt zal werken: individueel, in een groep, met diens gezin of met
diens partner.
De tijdsduur van het therapieproces kan variëren afhankelijk van de vraag en situatie van de
cliënt. De tijdsduur van de therapiesessies varieert over het algemeen van een uur voor de
individuele cliënt, tot drie uur voor groepstherapie. Afhankelijk van de doelgroep zijn hier
afwijkingen op mogelijk.
De frequentie van de therapiesessies varieert. Dit kan variëren van minimaal eenmaal per week
in de startfase tot eenmaal per maand in de eindfase of incidenteel na afsluiting van de therapie.
De gestalttherapeut werkt met alles wat hij geassimileerd en geïntegreerd heeft in zijn totaal
functioneren en werkt met alle mogelijke middelen die hem of de cliënt ter beschikking staan in
de therapeutische relatie.


DOORVERWIJZING
De gestalttherapeut zal de grenzen van zijn deskundigheid in acht nemen en de cliënt
doorverwijzen indien:
- bij de cliënt de basisvoorwaarden ontbreken om de zelfwerkzaamheid van gestalttherapie aan
over te dragen;
- bij de gestalttherapeut de voorwaarden ontbreken om bij de cliënt zijn beroep op een
zorgvuldige en respectvolle wijze te kunnen uitoefenen.
De gestalttherapeut zal doorverwijzen naar een collega of andere hulpverlener indien bij
hemzelf de voorwaarden ontbreken om bij de cliënt zijn beroep uit te oefenen.
De gestalttherapeut zal de cliënt doorverwijzen naar een andere deskundige of terugverwijzen
naar de huisarts indien bij de cliënt de basisvoorwaarden voor gestalttherapie ontbreken en de
cliënt aangeeft, of de gestalttherapeut inschat, dat de cliënt andere deskundige hulp nodig heeft.


FUNCTIE EISEN
Eindtermen
De gestalttherapeut voldoet aan de aanname criteria zoals genoemd in de statuten van de
beroepsvereniging en heeft een gestaltopleiding met goed gevolg afgerond.
Vooropleiding
Als vooropleiding is een universitaire of hogere beroepsopleiding in de zorgsector gewenst,
maar de beroepsopleiding gestalttherapie staat ook open voor mensen met een hoge motivatie,
bijvoorbeeld doordat zij zelf de vruchten plukken van gestalttherapie en over voldoende
levenservaring, creativiteit, levenslust en persoonlijke warmte beschikken.
Koepels
De gestalttherapeuten die tevens aangesloten zijn bij een koepel zoals EAGT, NAP, of RBNG dienen bovendien met hun vooropleiding en opleiding te voldoen aan de eisen zoals die bij de betreffende koepels zijn gedefinieerd.
Opname in het register
De gestalttherapeut voldoet aan de eisen voor opname in het register van de door de N.B.G.T.
erkende therapeuten.
Verantwoordelijkheid, gedragscode en klachtencommissie
De gestalttherapeut functioneert volgens de omschrijving van het beroep in het Beroepsprofiel
Gestalttherapeut en neemt in zijn beroep de zorgvuldigheid in acht door te handelen naar de
inhoud en de geest van de gedragscode van de N.B.G.T. Bij het in gebreke blijven hiervan kan
de gestalttherapeut door de klachtencommissie hierop aangesproken worden en in het uiterste
geval worden verwijderd uit het register van de door de N.B.G.T. erkende therapeuten.
Deskundigheid
De gestalttherapeut behoort zijn kennis en vaardigheden op peil te houden c.q. op een zo hoog
mogelijk niveau te brengen en zich open te stellen voor nieuwe ontwikkelingen in de
maatschappij. De gestalttherapeut voldoet aan de nascholingseisen opgesteld door de NBGT.
De gestalttherapeut heeft de plicht de volksgezondheid en/of het maatschappelijk welzijn te
bevorderen waar dit redelijkerwijs mogelijk is.


PLAATSBEPALING
Werkterrein
De geestelijke gezondheidszorg is het werkterrein, de context waarbinnen de gestalttherapeut
werkt. Ook buiten deze context is gestalttherapie toegankelijk voor een ieder die zijn
bewustzijn / awareness wil vergroten.
Gestalttherapie is tevens preventieve geestelijke gezondheidszorg, want wat de cliënt leert
blijft tot zijn beschikking, zodat hij zijn volgende levensprobleem met meer vrijheid en
creativiteit kan aanpakken.
Bescherming
Het beroep gestalttherapeut is een vrij beroep en bestaat uit een vrijwillig gekozen dienstverlening
aan derden. Het beroep is onbeschermd. Er zijn geen wettelijke criteria voor het recht
op de titel Gestalttherapeut.
Kenmerk
Het beroep gestalttherapeut kenmerkt zich door het feit dat het beroep gebaseerd is op een
omvattende, complete theorie met hierin alle kennistheoretische principes.
Het beroep gestalttherapeut heeft een wezenlijke eigenheid n.l. het ontwikkelen van het
gewaarzijn en het kunnen observeren en tegelijkertijd in de ervaring van het contactproces met
de cliënt blijven.
Onderscheid
De wezenlijke eigenheid van het beroep gestalttherapeut onderscheidt hem van andere
beroepsbeoefenaren in het veld van de geestelijke gezondheidszorg in het bijzonder de
psychotherapeuten, die met vaste observatie categorieën en diagnostische methoden werken.
De gestalttherapeut aanvaardt de subjectieve aspecten van het menselijke bestaan, in de loop
van de menselijke ontwikkeling en de loop van een therapiesessie juist als een uitdaging en een
antwoord in plaats van oorzaak en gevolg.
De gestalttherapeut biedt ‘zorg’ aan mensen met levensproblemen, levensproblemen die
geproblematiseerd zijn. Dit zijn levensproblemen die pas storend en problematisch zijn
wanneer de cliënt er niet voldoende vrij en creatief mee om kan gaan.
Vergoeding
In tegenstelling tot het beroep Gestalttherapeut is de titel Psychotherapeut een wettelijk
beschermde titel in Nederland. Dit heeft consequenties voor het vergoeden van therapie door
zorgverzekeraars, doordat cliënten niet altijd in aanmerking komen voor een vergoeding.
Inmiddels zijn er verschillende zorgverzekeraars die geheel of gedeeltelijk de kosten van
gestalttherapie vergoeden.

HOOFDSTUK 2
BEKWAAMHEID VAN DE GESTALTTHERAPEUT
De bekwaamheid van de gestalttherapeut hangt af van zijn opleiding, werk- en levenservaring,
levenslust en creativiteit.
Bekwaamheid is een geïntegreerd geheel van kennis, inzicht, vaardigheden, motivatie en
persoonlijkheid, waardoor de gestalttherapeut in staat is effectief te handelen in de
therapeutische situatie. Bekwaamheid is een voorwaarde voor een effectieve taakuitoefening
en kan onderverdeeld worden in drie gebieden:
a) bekwaamheid op het gebied van voorlichting en werving;
b) bekwaamheid op het gebied van de therapeutische taken;
c) bekwaamheid op het gebied van de aanvullende taken.
De gestalttherapeut als professional werkt vanuit een bepaalde houding die voor alle drie
hierboven beschreven bekwaamheidsgebieden geldt.


a) BEKWAAMHEID OP HET GEBIED VAN VOORLICHTING EN WERVING.
Hiertoe behoren alle taken die dienen te worden gerealiseerd om een adequate toegang tot
gestalttherapie te waarborgen voor de cliënt.
De bekwaamheid van de gestalttherapeut houdt in dat hij in staat is de volgende taken uit te
voeren:
De gestalttherapeut kan zijn beroep naar buiten uitdragen door middel van:
• voorlichting en lezingen;
• publicaties in dagbladen en tijdschriften;
• folders en informatieboekjes;
• mondelinge, telefonische en schriftelijke contacten met andere professionals en potentiële
cliënten.
De gestalttherapeut is in staat heldere en duidelijke uitleg te geven over:
• het essentiële van gestalttherapie;
• het doel van gestalttherapie;
• de doelgroep voor gestalttherapie;
• de duur van het totale therapieproces;
• de duur van de therapeutische sessies;
• de kosten van de therapie;
• de bereikbaarheid wat betreft tijd en plaats.
N.B. De gestalttherapeut zal in zijn drukwerk en correspondentie zijn lidmaatschap van de
N.B.G.T. vermelden.


b) BEKWAAMHEID OP HET GEBIED VAN DE THERAPEUTISCHE TAKEN
De therapeutische taken zijn alle taken die dienen te worden gerealiseerd om het effect van het
gestalttherapeutische proces te waarborgen voor de cliënt.
De therapeutische taken kunnen onderverdeeld worden in:
• de intake;
• het therapeutisch proces;
• de evaluatie;
• beëindiging.
De intake
De bekwaamheid van de gestalttherapeut op het gebied van de therapeutische taken houdt in dat
hij in staat is de volgende taken uit te voeren op het gebied van de intake.
De gestalttherapeut is in staat:
• te beoordelen of de basisvoorwaarden aanwezig zijn bij de cliënt voor gestalttherapie;
• te beoordelen of de voorwaarden aanwezig zijn bij zichzelf om op een respectvolle en
zorgvuldige wijze met de cliënt te kunnen werken;
• te beoordelen of de hulpvraag en / of de klacht aansluit bij het doel van gestalttherapie;
• de cliënt de benodigde uitleg te geven over:
- de essentie van gestalttherapie;
- het doel van gestalttherapie;
- de bereikbaarheid;
- de duur van de totale therapie en de therapiesessies;
- de vervangingsregeling bij afwezigheid;
- de betalingsvoorwaarden en tarieven.
• het beroepsgeheim en de privacy van de cliënt in acht te nemen;
• mondeling of schriftelijk een contract af te sluiten over frequentie, duur en kosten van de
therapiesessies;
• te zorgen voor goede gestructureerde bereikbaarheid;
• te zorgen voor hygiënische en voldoende praktijkruimte die toegankelijk is en voldoende
geluidsgeïsoleerd;
• te zorgen voor waarneming bij langdurige afwezigheid.
N.B. de gestalttherapeut stelt de cliënt in kennis van het bestaan van de gedragscode van de
N.B.G.T.
Het therapeutische proces
De bekwaamheid van de gestalttherapeut op het gebied van het therapeutische proces houdt in
dat hij in staat is de volgende taken uit te voeren.
De gestalttherapeut is in staat
• de structuur van de therapeutische setting te bepalen;
• duidelijke instructies te geven;
• de voorgrond van de cliënt (klacht of probleem) als werkingang voor de therapie te nemen;
• waar te nemen waar, wanneer en hoe de cliënt zijn wisselwerking in het contactproces in de
therapeutische setting onderbreekt, stagneert, automatiseert of fixeert;
• onderscheid te maken in de soort onderbrekingen met name:
desensitisatie;
deflectie;
introjectie;
projectie;
retroflectie;
confluentie;
egotisme;
• deze onderbrekingen waar te nemen in gedrag, non-verbaal gedrag, verbaal, ademhaling en
stemgeluid, huidskleur etcetera;
• de verschillende lagen van contact waar te nemen zoals:
clichélaag;
rollenlaag;
impasse;
implosie;
explosie;
• de cliënt te leren in het ‘hier en nu’ te blijven;
• onaffe gestalten van de cliënt naar zijn bewustzijn te brengen waar ze herbeleefd, verwerkt en
voltooid kunnen worden;
• constructief te werken met weerstanden;
• met polariteiten te werken om de cliënt naar een creatief ongebonden instelling te leiden;
• te werken met top-dog en under-dog dialogen;
• te werken met overdracht van de cliënt op de gestalttherapeut en het opsporen van de eigen
tegenoverdracht op de cliënt. Dit laatste is een zaak voor supervisie, tijdens het werk moet de
therapeut wakker zijn en blijven inzake tegenoverdracht;
• te werken met dromen, fantasieën en beeldende materialen, lichaamswerk, spel,
stemoefeningen en concentratietechnieken;
• de cliënt door middel van interventies te laten experimenteren met nieuw gedrag;
• de cliënt cognitieve kennis bij te brengen t.b.v. het opheffen van de cognitieve verwarring bij
de cliënt;
• ervaringen van de cliënt vanuit een oefening om te buigen tot leerervaringen die bijdragen aan
het bewustzijn van de cliënt;
• de cliënt te stimuleren tot het ontwikkelen van zelfverantwoordelijkheid.
De evaluatie
De bekwaamheid van de gestalttherapeut op het gebied van de therapeutische taken houdt in dat
hij in staat is het therapeutische proces regelmatig te evalueren. Samen met de cliënt bespreekt
de gestalttherapeut het effect van de therapie, de ontwikkeling van de cliënt.
Aandachtspunten hierbij zijn: de verwerking van neurotisch gedrag, relationele ontwikkeling en
de persoonlijkheidsontwikkeling van de cliënt.
Beëindiging
De bekwaamheid van de gestalttherapeut op het gebied van de therapeutische taken houdt in dat
hij in staat is tot beëindiging van de therapie in overleg met de cliënt, waarbij door de
gestalttherapeut naar wederzijdse overeenstemming wordt gestreefd. Het gestalttherapeutisch
proces kan beëindigd worden als aan de verwachtingen van zowel de cliënt als de
gestalttherapeut zijn voldaan.
Voor de gestalttherapeut en de cliënt betekent dit dat de cliënt meer tot zijn Zelf is gekomen.
Hij heeft meer contact met zijn authentieke impulsen en behoeften en verricht de daden die
daaruit voortvloeien op de contactgrens in het steeds wisselende organisme / omgevingsveld.


c) BEKWAAMHEID OP HET GEBIED VAN AANVULLENDE TAKEN
Het is de taak van de gestalttherapeut zijn vakbekwaamheid te bevorderen en zijn kwaliteit als
gestalttherapeut op peil te houden door middel van.:
• verzamelen, selecteren en bestuderen van vakliteratuur;
• bij- en nascholing;
• het signaleren van eigen lacunes en blokkades en een kritische instelling t.a.v. eigen
functioneren te onderhouden door middel van zelfonderzoek en inter- en supervisie.
Samenwerking
De gestalttherapeut toont bereidheid tot samenwerking met collegae en het verstrekken van
relevante informatie na verkregen toestemming van de cliënt.
De gestalttherapeut biedt hulp aan collegae die hij krachtens zijn deskundigheid en ervaring kan
bieden.
De gestalttherapeut zal streven naar het in stand houden van een goede samenwerking met
andere werkers op het terrein van de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening.
Collegialiteit
De gestalttherapeut onthoudt zich van gedragingen of uitlatingen waarvan hij weet of
redelijkerwijs kan of kon voorzien dat deze de eer en goede naam van een collega-therapeut
schaden.
Dossiervorming
De gestalttherapeut maakt zodanig aantekening van de ontwikkeling van het therapeutische
proces, dat het mogelijk is zo nodig rekenschap af te leggen van het beroepsmatig handelen.
De gegevens van de patiënt en de persoonlijke aantekeningen dienen achter slot en grendel
bewaard te worden.
Buiten de persoonlijke aantekeningen van de gestalttherapeut heeft de cliënt recht op inzage,
respectievelijk recht op afschrift van de gegevens betreffende cliënt.
Administratie
De gestalttherapeut voert een goed financieel administratie- en registratiesysteem, zodat
rekeningen naar aard en tijdstip van de contacten met de cliënt aangeboden kunnen worden.
Overige taken
De gestalttherapeut heeft de taak omstandigheden te scheppen die het beroep ten gunste zijn.
De gestalttherapeut heeft de taak te participeren in de eigen beroepsvereniging.
De gestalttherapeut participeert zo nodig en indien mogelijk in onderzoek op het gebied van
gestalttherapie en heeft de plicht resultaat van onderzoek dat van algemeen belang kan zijn, zo
spoedig mogelijk te publiceren.


DE HOUDING VAN DE GESTALTTHERAPEUT
De gestalttherapeut als professionele beroepsbeoefenaar werkt vanuit de houding:
• de bereidheid de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt als uitgangspunt te nemen en te
respecteren;
• de bereidheid om de verantwoording te nemen voor eigen handelen;
• de bereidheid de waardigheid, de waarde en het unieke van de cliënt te respecteren;
• de bereidheid de leiding te nemen, maar geen handelingen te verrichten tegen de kenbaar
gemaakte wil van de cliënt en de vereiste zorgvuldigheid betrachten in het belang van de
cliënt;
• de bereidheid zorg te dragen voor de continuïteit van de eenmaal aangevangen therapie.
De basishouding van de gestalttherapeut veronderstelt dat hij zelf bewust in de wereld staat,
dat hij op een eigen wijze functioneert en dat hij een van de hoofddoelen van de gestalttherapie,
‘de creatieve aanpassing’, allereerst in zijn eigen leven en werken toepast.
De gestalttherapeut staat op eigen benen, neemt de verantwoordelijkheid voor eigen gedrag en
emoties en is zich bewust van zijn keuzen.
Zijn wijze van zelfondersteuning maakt dat hij open kan staan voor de ander (cliënt) en zijn
awareness kan richten.


HOOFDSTUK 3
HISTORIE VAN GESTALTTHERAPIE
De gestalttherapie is voortgekomen uit een grote verscheidenheid aan wetenschappen:
• de gestaltpsychologie (Wolfgang Kohler, Max Wertheimer en Kurt Lewin);
• de lichaamsgerichte psychologie en therapie van Wilhelm Reich, de Fenomenologische
filosofie van Edmund Husserl;
• de Zen filosofie;
• de theorie van het Holisme van Jan Christiaan Smuts;
• de Holistische Neuro-psychiatrie van Kurt Goldstein en de psychoanalytische
psychotherapieën die in de eerste helft van de twintigste eeuw gangbaar waren.
Gestalttherapie is voortgekomen uit de wisselwerking tussen deze wetenschappen. Uit al deze
bronnen en nog vele andere, werden elementen geassimileerd en zo ontstond een geheel
nieuwe omvattende psychologische theorie over de groei van de menselijke persoonlijkheid.
Fritz Salomon Perls (1893-1970) en zijn vrouw Laura Posner (1905-1990), hebben deze theorie
‘gevonden’ en vorm gegeven. Samen met Paul Goodman en Ralph Hefferline werd de nieuwe
psychotherapie uitgewerkt en in 1951 volgde de publicatie van het standaardwerk
GESTALTTHERAPY “Excitement and Growth in the Human Personality”. In het jaar 1952
werd in New York het eerste Gestaltinstituut geopend en werd het werk verder ontwikkeld en
vele gestalttherapeuten werden er opgeleid.
In Nederland werd in 1971 het Nederlands Gestalt Instituut (NGI) opgericht. Hier werden door
gestalttherapeuten uit de VS - zoals Laura Perls en Walter Kempler e.a.- opleidingen voor
gestalttherapie georganiseerd.
Inmiddels zijn er verschillende opleidingsinstituten in Nederland die opleiden voor het beroep
gestalttherapeut.


GESTALTTHERAPIE EN SAMENLEVING
Evenals de samenleving die voortdurend aan verandering onderhevig is, verandert ook de
plaats van de gestalttherapie in de samenleving. De Raad voor de Volksgezondheid heeft in
januari 1998 advies uitgebracht getiteld: “de geestelijke gezondheidszorg in de 21e eeuw”. Het
advies is om de geestelijke gezondheidszorg tot een ‘gewoon’ onderdeel van de
gezondheidszorg te maken met de nadruk op het zo snel mogelijk genezen van patiënten.
De neurotische problemen worden hiermee min of meer uit de tweede lijn van de geestelijke
gezondheidszorg gestoten en terugverwezen naar de eerste lijn van huisartsen en
maatschappelijk werk. Veel hulpvragers zullen daar niet terecht kunnen in verband met het
ontbreken van tijd en deskundigheid. Voor de gestalttherapeut ligt hier een groeiend werkterrein
en een toenemende verantwoordelijkheid naar de samenleving.


DE BEROEPSVERENIGINGDe Nederlandse Beroepsvereniging van Gestalttherapeuten N.B.G.T.
Secretariaat:
NBGT- secretariaat
Dennenweg 214 - 7545 WN Enschede
053-7519030 / 06-50748964
www.nbgt.nl
info@nbgt.nl
E-mail secretariaat: secretariaat@nbgt.nl
De vereniging is op 8 februari 1993 opgericht als beroepsvereniging van de bij Bolt
afgestudeerde gestalttherapeuten.
De vereniging bestaat uit leden die de opleiding tot gestalttherapeut hebben afgerond bij een
opleiding de voldoet aan de statuten en uitgangspunten van de NBGT en die naar eigen
verklaring het beroep van gestalttherapeut uitoefenen in een eigen praktijk en/of instelling.
Voor de structuur van de NBGT zie bijlage 1. blz.19.
De N.B.G.T. staat in verbinding met zusterverenigingen in binnen- en buitenland en met
overkoepelende organen zoals:
• Alliantie voor Natuurlijke Geneeswijzen ANG (Ned)
• The International Association for Humanistic Psychology (San Francisco, USA)
• The Center for Gestalt Development (New York, USA)
• The European Association for Gestalt Therapy (EAGT)
•De Nederlands-Vlaamse Associatie voor Gestalttherapie en Gestalttheorie (N.V.A.G.T.)
N.B. Elk lid van de N.B.G.T. is verplicht verzekerd tegen aansprakelijkheid voor schade welke
kan voortvloeien uit het optreden als N.B.G.T.-therapeut.


BIJLAGE I
STRUKTUUR VAN DE BEROEPSVERENIGING NBGT
Het bestuur bestaat uit tenminste 5 leden en ten hoogste 8 leden. Het bestuur bestaat uit een
voorzitter, vicevoorzitter, secretaris, penningmeester en leden van het dagelijks bestuur. Een
bestuurslid kan meer dan een functie bekleden (zie voor een verdere beschrijving de Statuten
van de NBGT).
Het bestuur kan verschillende commissies instellen die de doelstellingen van de vereniging
dienen. Het bestuur kan deze commissies ook opheffen. Een commissie kan uit verschillende
werkgroepen bestaan.
Elke commissie heeft een contactpersoon in het bestuur zodat er een direct contact is tussen de
commissies en het bestuur. Elke commissie maakt jaarlijks een werkplan. De werkplannen van
de verschillende commissies worden jaarlijks ter goedkeuring aan de Algemene
Ledenvergadering voorgelegd.
De vereniging heeft een toetsingscommissie die het bestuur adviseert omtrent de erkenning van
diploma’s van gestaltopleidingen.
Eenmaal per jaar is er een Algemene Ledenvergadering (uiterlijk in de maand mei). Voor
bevoegdheden van de ALV zie de Statuten van de NBGT.


COMMISSIES EN WERKGROEPEN:
-Pr Commissie
-Webredactie en website beheer
-Nieuwsbrief
-Nascholingscommissie
-Toetsingscommissie
-Klachtencommissie
-Kascommissie
-Supervisorencommissie
-Zorgverkeraarscommissie
-Studie en intervisiegroepen

BIJLAGE II
VERKLARENDE WOORDENLIJST
• ASSIMILEREN
het door het proeven, kauwen, experimenteren, eigen maken van ideeën en handelswijzen van buitenaf.
• AWARENESS
menselijk vermogen om gerichte aandacht te geven en te onderhouden mét besef daarvan in de actuele situatie
• CLICHÉLAAG
de oppervlaktelaag. hier uiten we frases en wisselen inhoudsloze onbenulligheden uit, waarin we onszelf en de ander niet erg serieus nemen. Dit gedrag vertonen we bij een tramhalte of in een winkel of op andere plaatsen waar we oppervlakkig aanwezig zijn.
• CONFLUENTIE
bewuste of onbewuste onderbreking in het contactproces: grens met buitenwereld is vaag of afwezig; moeite met laten gaan.
• CONTACTPROCES
wisselwerking op de grens tussen organisme / omgevingsveld
• DEFLECTIE
bewuste of onbewuste onderbreking in het contactproces: het niet bewust zijn van behoeften / geen aandacht geven aan de behoeften / het opzettelijk de aandacht ervan afleiden.
• DESENSITISATIE
bewuste of onbewuste onderbreking in het contactproces: het niet ervaren van prikkels / sensaties / emoties / gevoelens en behoeften of de aandacht er opzettelijk van afleiden.
• EGOTISME
bewuste of onbewuste onderbreking in het contactproces: het ontbreken van naproeven / inhouden van spontaniteit / controle houden / het laten wegvloeien van de ene ervaring in de andere.
• EXPLOSIE
het opgeven van de controle / het direct uiten van gevoelens door alle lagen heen.
• IMPASSE
ontevredenheid over rolgedrag is even groot als de angst om te veranderen
• IMPLOSIE
de dode laag / de energie die oorspronkelijk bedoeld is om iets in de omgeving te ondernemen, richt zich tegen het eigen organisme, tegen de oorspronkelijke levenskracht.
• INTROJECTIE
bewuste of onbewuste onderbreking in het contactproces / dat wat van buitenaf is opgenomen zonder het eigen te maken door proeven, kauwen van een idee, handelswijze
• OVERDRACHT
het herhalen van een relatie met een van de opvoeders uit het vroege(re) verleden in het hier-en-nu.
• PROJECTIE
bewuste of onbewuste onderbreking in het contactproces: iets wat feitelijk tot je eigen persoonlijkheid behoort -eigenschap, houding, gevoel of stuk gedrag – maar dat niet als zodanig wordt ervaren, maar in plaats daarvan toegekend wordt aan personen of voorwerpen in de omgeving.
• RETROFLECTIE
bewuste of onbewuste onderbreking in het contactproces: het zichzelf aandoen wat voor de ander bedoeld is.
• ROLLENLAAG
het zichzelf identificeren (vereenzelvigen) met wat we in de ogen van onszelf en / of anderen denken te zijn en behoren te doen. we voldoen aan dàt wat we door onze opvoeding en training als ‘goed’ hebben leren beoordelen en we veroordelen of wijzen af wat we als ‘slecht’ hebben leren beschouwen. We onderscheiden gezond en neurotisch rolgedrag.
• TEGENOVERDRACHT
• een reactie op de overdracht van de ander door identificatie met de overdracht
• TOPDOG
het moeten van zichzelf
• UNDERDOG
het bestrijden, uitstellen, ondermijnen van het “moeten” van zichzelf
• ZELF
in de theorie van gestalttherapie wordt met ‘zelf’ het besef aangeduid van een tijdens het contactproces groeiend bewustzijn. Zelf is geen vast onderdeel van de mens; het is een functie die in werking treedt tijdens contactprocessen; de uitwisseling tussen organisme en omgeving.

BIJLAGE III
GEBRUIKTE BEROEPSPROFIELEN
Raamwerk Beroepsprofiel
Ondersteuning Kwaliteitszorg Alternatieve Behandel Geneeswijzen OKAB, uitgevoerd door
Centraal begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing CBO. Gesubsidieerd door het ministerie
van Volksgezondheid

Beroepsstandaard Lerarenopleiders,
Vereniging Lerarenopleiding Nederland VELON

Het Verpleegkundig Beroepsprofiel in Functie,
Nieuwe Unie 1991, vakorganisatie

Basisberoepsprofiel van de Psychosociaal en Geestelijk Begeleider,
Alliantie van Natuurlijke Geneeswijzen ANG

BIJLAGE IV
GEBRUIKTE LITERATUUR
Effecten van Gestalttherapie
N.B.G.T. (werkgroep effectenonderzoek)

Gestaltpraktijk
Aie en Magda Maris
Boltboek Nieuwaal 1992

Gedragscode van de N.B.G.T.

Gestalttherapie, een procesbenadering
Drs. D. van Praag. Amersfoort/Leuven 1987

Nieuwsbrieven Gestalt Praktijkschool BOLT

Nieuwsbrieven Beroepsvereniging N.B.G.T.

Gestalt Counseling in Action
Petruska Clarkson. Londen 1989

 

Meer informatie? Neem dan contact met ons op.